Bewegend leren is algemeen steeds populairder op school. Dit houdt in dat je beweging toevoegt aan kennislessen zoals rekenen, taal of spelling. Door samen te springen, rennen of juist kleine opdrachten lopend uit te voeren, blijven kinderen niet alleen langer opletten, maar onthouden zij de stof beter. Het is niet alleen leuk, maar kan ook goed zijn voor de gezondheid. Steeds meer leerkrachten en scholen ontdekken de mogelijkheden van beweging in de klas en zien positieve effecten.
Meer leren door beweging in de klas
Veel scholen merken dat kinderen makkelijker leren als ze niet de hele dag stilzitten. Tijdens rekenen kun je bijvoorbeeld een som oplossen door naar het juiste antwoord te lopen in het lokaal. Of je oefent de tafels door deze hardop te zeggen terwijl je springt. Door actief bezig te zijn, leren leerlingen niet alleen stof uit boeken, maar werken zij ook tegelijk aan hun conditie en motoriek. Uit verschillende onderzoeken blijkt dat beweging goed is voor het geheugen en de concentratie. Het gewone lesprogramma is zo aangepast dat stilzitten niet langer vanzelfsprekend is. Steeds meer scholen pakken bewegend leren algemeen op in hun dagindeling, zodat beweging geen uitzondering meer is.
Gezondheid en plezier gaan samen bij bewegend leren
Naast kennis is er ook aandacht voor de gezondheid van kinderen. Bewegen verkleint de kans op overgewicht en zorgt dat kinderen zich beter voelen. Door bewegen te combineren met gewone schooltaken, krijgen leerlingen meer plezier in leren. Ze kunnen hun energie kwijt, waardoor ruzies of onlust in de klas vaak minder worden. Leerkrachten merken dat er meer rust is en zien vaker blije gezichten. Klein beginnen kan al veel verschil maken, bijvoorbeeld met een speloefening aan het begin van de les of een beweegpauze tussen taken door. Zo wordt leerstof niet alleen via het hoofd, maar ook via het lichaam aangeboden.
Beweging als vast onderdeel van het schoolprogramma
Om bewegend leren mogelijk te maken, is het handig als de hele school meedoet. Dit heet een schoolbrede aanpak. Meestal werkt het goed als leerkrachten samen ideeën bedenken en uitwisselen. Zo kunnen rekenen, taal en zelfs wereldoriëntatie eenvoudig worden gecombineerd met bewegingsopdrachten. Daarbij is het belangrijk dat alle groepen, van jong tot oud, betrokken worden. Niet alleen buiten spelen of gym hoort erbij, maar juist het gewone werk in de klas krijgt een actieve draai. Er zijn veel simpele spelletjes of materialen die hierbij helpen, zoals dobbelstenen met opgaven of kaarten die in het lokaal verspreid liggen. Sommige scholen werken met externe sportdocenten, anderen maken gebruik van websites met lesideeën, zodat iedere leerkracht iets kan vinden dat past bij zijn of haar klas.
Uitdagingen en tips voor dagelijkse toepassing
Niet iedere school of leraar vindt het vanzelfsprekend om bewegend leren algemeen toe te passen. Soms is er te weinig ruimte, zijn er veel kinderen of is het lastig om geschikte activiteiten te bedenken. Toch hoeft het niet ingewikkeld. Een korte wandeling gedurende de rekenles of antwoordkaartjes verspreiden over de vloer zijn al goede voorbeelden. Het is handig om vaste momenten op de dag te prikken waarop kinderen mogen bewegen. Ook helpt het wanneer leerlingen weten wat de bedoeling is, zodat het niet te druk wordt. Met duidelijke afspraken en soms wat uitleg aan de ouders krijgen leerkrachten vaak snel de slag te pakken. Wie klein begint, merkt al snel de positieve verandering in concentratie en samenwerking. Blijf vooral wisselen tussen rustige en actieve onderdelen, zodat iedereen prettig kan werken en leren.
Algemeen effect van bewegend leren op lange termijn
Als scholen bewegen vast opnemen in hun lesprogramma, zie je dat kinderen fitter worden. Ze leren omgaan met hun eigen energie en krijgen meer zelfvertrouwen. Omdat bewegend leren niet aan een vak is gebonden, past het op veel plekken binnen het algemeen onderwijs. Zowel jongens als meisjes profiteren hiervan, en ook kinderen die normaal vaker stil zijn, durven meer mee te doen. Dit heeft gevolgen voor het algehele leerplezier én voor de sfeer in de school. Leerkrachten hoeven niet langer bang te zijn dat lesstof alleen met een boek wordt aangeboden. Door samen te ontdekken en bewegen, groeien leerlingen niet alleen in kennis maar ook als persoon.
Meest gestelde vragen over bewegend leren
- Waarom is bewegend leren beter dan alleen stilzitten in de klas?
Bewegend leren maakt het hoofd en het lichaam tegelijk actief. Daardoor onthouden kinderen de lesstof vaak beter en blijven zij langer geconcentreerd. Ook zorgt bewegen dat leerlingen meer plezier hebben en minder onrustig worden tijdens de schooldag.
- Voor welke leeftijden is bewegend leren geschikt?
Bewegend leren past bij alle leeftijden in het basisonderwijs. Zowel jonge kinderen als oudere leerlingen kunnen voordeel hebben van activiteiten met beweging. Ook op de middelbare school zijn er vormen van bewegend leren mogelijk, maar daar ligt de nadruk meestal op de basisschool.
- Moet je speciale materialen hebben voor bewegend leren?
Je hebt niet altijd speciale spullen nodig. Veel activiteiten kunnen met papier, kaarten of bestaande materialen. Soms zijn dobbelstenen, springtouwen of gekleurde kaarten handig, maar het meeste kan met eenvoudige middelen die al op school aanwezig zijn.
- Kunnen alle kinderen meedoen met bewegend leren?
Bijna iedereen kan meedoen, want activiteiten worden aangepast aan wat een groep of leerling kan. Leerlingen met een beperking of blessure krijgen soms een andere taak of ondersteunen hun klasgenoten, zodat iedereen betrokken blijft.
- Heeft beweging in de klas ook nadelen?
Als er geen goede afspraken zijn, kan een klas soms te druk worden. Het is daarom belangrijk dat er duidelijke regels zijn en dat leerlingen weten wat verwacht wordt. Zo blijft het rustig en kun je blijven profiteren van de voordelen.
